Zoetwatervoorziening

Ga naar hoofdmenu / zoekveld.

Home Bijeenkomsten Startconferentie Verslag Startdag Zoetwatervoorziening

Verslag Startdag Zoetwatervoorziening

Op 25 juli jl. werd de startconferentie gehouden van het project 'Verkenning zoetwatervoorziening Nederland'. Het doel van de dag was een verkenning van de verschillende perspectieven en visies op het zoetwatervraagstuk. Ruim tachtig experts verplaatsten zich met elkaar in de verschillende perspectieven, functies en bovenregionale problemen ten aanzien van de zoetwaterverdeling in Nederland.

U kunt het complete verslag van de startconferentie hier doorlezen. Wij hebben er voor gekozen de diversiteit van uw inbreng helder te maken, in plaats van een verkorte samenvatting te publiceren. Hieronder vindt u diverse onderdelen van de conferentie, zodat u in één keer naar het gedeelte kunt doorklikken, dat uw interesse heeft.

Overzicht

Ochtendprogramma: perspectieven

Na een kort welkom ging dagvoorzitter Astrid Feiter in gesprek met Wim van Urk, projectleider van het Project Zoetwatervoorziening vanuit het ministerie van Verkeer & Waterstaat, DGW over het doel van de verkenning. Daarna hield Wim van Urk een korte presentatie (pdf), die werd gevolgd door een filmpje over de zoetwatervoorziening in Nederland.

Vervolgens gingen de ruim tachtig experts uiteen in subgroepen. In de subgroepen stond de perspectiefwisseling centraal: bekijk de zoetwaterproblematiek niet alleen vanuit je eigen organisatie/perspectief maar ook vanuit andere perspectieven.

Drie perspectieven kwamen in elke groep aan de orde, namelijk het perspectief van de waterschappen, de landbouw en de scheepvaart. Alle deelnemers verplaatsten zich in de belevingswereld van deze drie perspectieven, waardoor een diversiteit aan visies per perspectief ontstond. Verder werden de perspectieven van Rijkswaterstaat, de provincies, de natuur, de drinkwatersector,  de recreatie, de industrie en Europa elk in een subgroepen besproken. Ook kregen de deelnemers de gelegenheid om hun eigen perspectief toe te lichten en bovenregionale problemen te benoemen.

Het perspectief van de waterschappen

Bij de inbreng vanuit het perspectief van de waterschappen kwam vanzelfsprekend een flink aantal beheersmatige en bestuurlijke aspecten aan de orde.

Wat zei men over de wenselijke toekomstige functie van waterschappen?

  • Waterschappen krijgen een sterkere rol
  • Waterschappen hebben eigen verantwoordelijkheid in regionale zoetwatervoorziening, maar ook voor het grote geheel
  • Waterschappen moeten de grenzen van hun mogelijkheden aangeven.

Welke organisatietechnische/beleidsmatige problemen constateerde men bij de waterschappen?

  • Er is onvoldoende kennis, capaciteit en competentie bij de waterschappen voor dit hele proces.
  • Ambtelijke en bestuurlijke kanten komen sterker tegenover elkaar te staan, bestuurders moeten worden ‘meegenomen’ in veranderingen.

Volgens de deelnemers speelden ook de stammenstrijd om het water voor de waterschappen een rol:

  • We moeten vaker nee zeggen tegen landbouwers en eigen grenzen duidelijker aangeven aan provincies
  • We zijn afhankelijk van het hoofwatersysteem, kunnen we daar op blijven rekenen?
  • De spanning tussen de natuur en het overig gebruik neemt toe.
  • We hebben te weinig invloed op Ruimtelijke Ordening.
  • Waterschappen zijn concurrenten van elkaar.

Waar maken de waterschappen zich inhoudelijk zorgen om, volgens de deelnemers?

  • Krijgen we voldoende aanvoer vanuit het buitenland?
  • Wat zijn mogelijkheden voor berging, in het kader van zelfvoorzienendheid?
  • Wat betekent de verandering van de waterkwaliteit voor ecologie?
  • Gaat er niet teveel water naar de zee?
  • Houden we water vast op plekken en hebben we op andere plekken een tekort?
  • De functies/dijken zijn kwetsbaar voor verandering in kwaliteit en kwantiteit van water. Dat moeten we onderzoeken.
  • Onze infrastructuur is niet ingericht op een omschakeling van afvoer naar aanvoer.

En natuurlijk stroomden de oplossingen en de visies over de tafel. Hieronder een kleine collage van oplossingen vanuit het perspectief van de waterschappen (de overige oplossingen vindt u hier):

  • Laten we de kosten bij gebruikers neerleggen (freerider-gedrag tegengaan)
  • We moeten een totale verandering in aanvoer en afvoer van water (in systeem) aanbrengen
  • Als verzilting toeneemt kan dit leiden tot vertrek landbouw en dan wordt het zoetwaterprobleem minder
  • We kunnen niet meer garanderen dat er water is van voldoende kwaliteit – dat moeten we kenbaar maken aan gebruikers
  • Laten we wateroverlast en zoetwatervoorziening koppelen.
  • We gaan zoetwater niet langer faciliteren, we gaan naar zoutwaterteelten
  • In natte perioden wordt overtollig water afgevoerd wat in de zomer nodig is – is seizoensberging mogelijk?
  • We gaan stedelijk gebied robuust maken in samenwerking met projectontwikkelaars, gemeenten etc.

Terug naar boven

Het perspectief van de landbouw

De landbouwlobby staat bekend als een conservatieve kracht. Maar uit de bijdragen van de deelnemers ontstond ook het beeld van een zelfredzame en innovatieve sector.

Hoe zagen de deelnemers de functie van de landbouwsector?

  • Wij van landbouw zijn het waterschap
  • Wij hebben meer verstand van het klimaat dan wie dan ook
  • Wij zorgen voor voedsel en hebben elke hectare nodig

Welke zorgen ten aanzien van water heeft landbouw?

  • Ik wil niet dat mijn grond onder water komt ten behoeve van waterberging
  • Hoe moeten wij omgaan met wateroverlast?
  • Ik word als boer niet geaccepteerd door collega-boeren als ik overschakel op groene/blauwe diensten
  • Wij ervaren grote onzekerheid over de aanvoer van water, ook van juiste kwaliteit

Ook voor de landbouw speelt het verdelingsvraagstuk vanuit macht en belangen:

  • Het waterschap moet ons genoeg water leveren
  • We moeten de positie landbouw versterken ten opzichte van de natuur
  • Er ontstaat druk op het landelijke gebied (vanuit water en stedelijke groei), wat betekent dat voor ons?

Vanuit het landbouwperspectief was er ook een sterke roep om sturing door de overheid:

  • We willen een fiscale tegemoetkoming voor beregening
  • Wij willen een klimaatverzekering
  • Wij willen garanties van de overheid: compensatie bij bedrijfsverplaatsingen, extra investeringen om zelfvoorzienend te worden
  • De overheid spreekt met twee stemmen: zoetwater wordt een toekomstig probleem maar in de ZW Delta worden we ‘gepushed’ om over te schakelen op zilte teelten
  • De landbouw is bereid om te innoveren, maar we hebben behoefte aan duidelijkheid aan kaders van het Rijk, ook met betrekking tot zoetwater

De volgende visies en/of oplossingen werden aangedragen:

  • Wij willen dat de waterpeilen niet omhoog gaan
  • We kunnen water verkopen (opvang op land)
  • We moeten ons wateroverschot gebruiken als kans voor een goede concurrentiepositie op de internationale markt; anderszijds moeten we zorgen om een goede internationale positie bij tekort aan water
  • Er moet meer kennisontwikkeling komen over zouttolerante gewassen
  • Boeren moeten gaan betalen voor water
  • Teelttechnieken moeten innoveren
  • Eutrofiëring
  • We moeten hier telen wat hier mogelijk is en accepteren dat bepaalde gewassen elders geproduceerd kunnen worden
  • We moeten accepteren dat water niet altijd beschikbaar is en op een slimme manier produceren

Terug naar boven

Het perspectief van de scheepvaart

De scheepvaart is vanzelfsprekend een functie die zonder water ten dode is opgeschreven. Maar die ook een rol kan spelen in het transport van water. Dus heeft de sector een dubbel belang bij de discussie over zoetwaterverdeling.

Wat is volgens de deelnemers de rol van de scheepvaart?

  • Wij kunnen zoetwater vervoeren
  • Wij zijn het beste milieu-alternatief voor vervoer en goedkoop

Welke zorgen leven er ten aanzien van de schaarste van water?

  • Het peil in de haven moet op hoogte blijven in verband met bereikbaarheid
  • Water via rivieraanvoer neemt af; dus de vaardiepte ook
  • Er komen langere wachttijden bij meer sluizen
  • De onzekerheden in toekomstige afvoeren belemmeren planning

Het vraagstuk van macht en belangen gaat over hoe water wordt geprioriteerd en toegedeeld:

  • De concurrentiepositie van de scheepvaart ten opzichte van de trein/weg komt in gevaar door lage waterstand
  • Hoe gaat de waterverdeling over de grote rivieren/routes?

En ook de scheepvaart roept om sturing door de overheid:

  • Het rijk moet verantwoordelijkheid nemen om na te denken over het bevaarbaar houden van rivieren in planvorming
  • Wij willen minder beperkende regels
  • De overheid moet voor innovatie betalen

De scheepvaart kwam met veel concrete visies en oplossingen, waarbij men niet te beroerd was om de hand in eigen boezem te steken:

  • Wij willen meer kanalen, meer baggeren
  • Er moet meer water door de Waal tijdens droogte
  • De Nieuwe Waterweg moet dieper
  • We gaan ondiepere schepen bouwen
  • Er komen kortere passagetijden omdat de scheiding tussen zout-zoet minder wordt
  • We willen zo min mogelijk sluizen
  • Geen zoet-zout scheiding
  • Er moet onderscheid zijn tussen beroeps- en recreatievaart
  • Hoe zouter hoe beter
  • De scheepvaart gaat betalen voor watergebruik
  • De doorvaarthoogte en de waterdiepte moeten altijd op peil blijven
  • Laat ons zelf de vloot aanpassen
  • We kijken teveel naar het Rijk en te weinig naar onze eigen innovatiekansen

Terug naar boven

Een regenboog aan perspectieven

In de subgroepen was er ook gelegenheid om het eigen perspectief te bespreken. Dat leverde een mooie mix op van alle verschillende perspectieven en gaf de gelegenheid om de zoetwaterproblematiek vanuit een helicopterview te bekijken.

Zorgen van de deelnemers:

  • We moeten voorbereid zijn op echte problemen
  • Wat doet het buitenland? Laten we kijken naar grensoverschrijdende aspecten
  • Wat zijn de gevolgen van waterkeuzes voor andere aspecten (bijvoorbeeld veiligheid)?
  • We moeten zorgen voor een watersysteem van voldoende kwaliteit
  • Droogte wordt sluipenderwijs het grootste probleem
  • We moeten water effectiever gebruiken
  • Zoet/zout water wordt een probleem
  • Het gevoel van urgentie ontbreekt bij gebruikers; daardoor is er weinig bereidheid vooruit te kijken
  • Hoe gaan we zoetwater verdelen?
  • Watervraag mag niet toenemen

Over de verdeling van zoetwater zei men:

  • Leefbaar houden van het platteland is belangrijk
  • Goed en voldoende drinkwater staat voorop
  • Hoe gaan we functies voorzien die een hoge waterkwaliteit vragen?

Ook kwamen enkele regionale belangen naar voren:

  • Voldoende water uit het IJsselmeer is van belang voor Groningen
  • Ook Hoog-Nederland heeft aandacht nodig
  • Beekdalen en grondwater hebben aandacht nodig

Men dacht ook aan de rol van beleid/bestuur:

  • Er moet een verbinding worden gelegd tussen RO en water
  • We moeten streven naar regionaal waterbeheer
  • Er moet een betere samenwerking komen ten aanzien van de vraag en het aanbod van water

De volgende oplossingen en visies werden genoemd:

  • De oplossing ligt in de techniek
  • We moeten voldoende water vasthouden in de zomer en genoeg afvoeren in de winter
  • Laten we lokale watervraagstukken ondersteunen (slimme oplossingen)
  • We moeten innovatieve oplossingen creëren om te komen tot waterberging, het bergen van water en gebruik moet gezamenlijk bekeken worden
  • De oplossing voor het droogteprobleem is anders omgaan met zout
  • Verzin alternatieven voor koelwater
  • We moeten betalen voor watergebruik (vb. wonen aan water)
  • Laten we kritisch kijken naar nieuwe watervragende functies (groene ruggengraat)
  • De verdelingskwestie moeten we bekijken vanuit rendement, namelijk hoe kunnen we water goed verdelen zonder grote investeringen
  • We moeten technologie/innovatie in relatie tot zelfvoorzienendheid zien
  • Meer bufferen is nodig
  • Verzilting; gewoon slim mee omgaan
  • Duurzaamheid is belangrijk, kies voor een gezond ecologisch systeem

En er kwamen ook holistische oplossingsrichtingen naar voren:

  • Je moet meegaan met een natuurlijke beweging
  • Laten we de problematiek accepteren; belangen bijeenbrengen
  • Afhankelijk zijn van het buitenland is voor Nederland een leerervaring
  • Gefundeerd kiezen begint met een open houding
  • We moeten gaan voor een maatschappelijk gedragen oplossing: de volle breedte in beeld
  • We moeten zorgen voor het verdelen van water over alle belanghebbenden; ook over de grenzen

Terug naar boven

De perspectieven van Rijkswaterstaat, de provincies, de natuur, drinkwater, de recreatie, de industrie en Europa

De perspectieven van Rijkswaterstaat, de provincies, de natuur, drinkwater,  de recreatie, de industrie en Europa

Vanwege de overzichtelijkheid van dit verslag, hebben we de uitkomsten van deze discussies als bijlage toegevoegd:

Terug naar boven

Middagprogramma: bovenregionale problemen

Na de discussie in de subgroepen werd tijdens de lunch door de interdepartementale werkgroep een selectie van 7 thema’s gemaakt uit een lijst van bovenregionale problemen (pdf).

  1. Water uit Duitsland: te weinig, te warm!
  2. Houdbaarheid van de verdringingsreeks
  3. Water wordt onbetaalbaar
  4. Geen water, geen eten!
  5. Rivierstand te laag voor functies
  6. Het kabinet komt niet uit waterverdeling
  7. IJsselmeer als enige berging

In kleine workshops werden deze 7 vraagstukken uitgewerkt in de tijd door middel van grafieken. Als centrale insteek van de middagdiscussie werd gekozen voor de vraag: "Wanneer wordt dit probleem politiek/bestuurlijk/maatschappelijk urgent?"

1. Water uit Duitsland: te weinig, te warm!

De urgentie van dit probleem is nog niet hoog. Het is nog geen maatschappelijk probleem. We hebben wel incidenten, maar die bepalen maar enkele dagen het voorpaginanieuws. Als het probleem langer duurt wordt het maatschappelijk wel belangrijk. Volgens sommige deelnemers hebben we pas een acuut probleem als je drinkwater moet koken voor gebruik.

Laten we een slag bij Lobith voorkomen

Visie van de deelnemers op het probleem van te weinig en te warm water uit Duitsland:

  • De problematiek hangt samen met beleidskeuzes in Duitsland, we hebben er weinig invloed op.
  • We moeten vroegtijdig internationaal overleggen om een “Slag bij Lobith” te voorkomen. We hebben nu geen afspraken met Duitsland over laagwater.
  • Je kunt de Duitsers pas iets verwijten over laagwater, als je je zaakjes zelf op orde hebt. Grote hoeveelheden naar zee afvoeren, zoals we nu doen, is niet je zaakjes op orde hebben.
  • Je moet wel een goede aanleiding hebben om met de Duitsers in discussie te gaan. Als ze bijvoorbeeld water van het Rijnbekken naar het Elbebekken gaan transporteren.
  • Duitsland warmt de Rijn flink op door de kerncentrales, Duitsland kent geen voorschriften.

Problemen als gevolg van te weinig en te warm water:

  • Het eerste pijnpunt met warm water is de electriciteit. Daarna de opwarming van het drinkwater en de industrie. Het gevaar bestaat dan de industrie naar elders vertrekt, waar de watervoorziening geen probleem is.
  • Er is een sterke relatie tussen dit probleem en electriciteit, geleverd door waterkrachtcentrales.
  • Diverse functies gaan er onder leiden: scheepvaart, ecologie, landbouw, etc.
  • Landbouw is een belangrijk potentieel slachtoffer.

Terug naar boven

2. Houdbaarheid van de verdringingsreeks

De verdringingsreeks wordt toegepast bij droogtesituaties wanneer er te weinig zoetwater is om aan alle functies te voldoen. Dan krijgen de hoogst geplaatste  functies het eerste het benodigde water. Dit is voor het laatst toegepast bij de droogte in 2003.

De verdringingsreeks is een crisisinstrument, niet een structurele oplossing

De deelnemers verwachten dat de verdringingsreeks steeds vaker zal worden toegepast. Dit is een uiting van onvermogen van het beleid. De verdringingsreeks zou een crisisinstrument moeten zijn. Het verdelingsvraagstuk verdient een meer structurele aanpak.

Terug naar boven

3. Water wordt onbetaalbaar

Over niet al te lange tijd moet voor water betaald gaan worden. Nu al is water economisch schaars, niet zozeer het aanbod van water, maar het vervoer ervan. Schaarste leidt tot prijsbepaling en tot water van elders halen. Over het snelheid waarmee water schaars wordt en het effect hiervan (“de pijn”) bestaan verschillende zienswijzen.

Zoetwater wordt duurder dan olie

De urgentie:

  • De maatschappelijke urgentie van betalen voor water is afhankelijk van incidenten. De urgentie zal voorlopig toenemen, dit zal geleidelijk gaan
  • Dit gaat spelen wanneer er extreme droogte is (meerdere zomers, 1 zomer is een incident); mogelijk vanaf 2013 (frequentie van 1 keer in de 10 jaar, laatste keer was 2003)

Pijn die dan ontstaat:

  • Veerman zegt: "Zoetwater wordt duurder dan olie"
  • Je moet ervoor betalen dat water ergens naartoe wordt vervoerd, hierdoor zullen de kosten vooral gaan stijgen
  • Het eerste dubbeltje zal het meeste pijn doen. Maar over een langere tijdsperiode treedt gewenning op
  • Er zal reuring ontstaan wanneer er voor water betaald moet worden.
  • Tot 2015 zal de prijs van water snel toenemen, daarna zal er een constant niveau blijven, maar de “pijn” van het betalen zal blijven. Zo rond 2030 wordt de situatie stabiel, men is dan aan het idee gewend dat er voor water betaald moet worden
  • Internationaal gezien zal de pijn nog veel grilliger verlopen, bv. in oorlogsgebieden of gebieden waar mogelijk oorlog om water gaat ontstaan. Uiteindelijk kan dit ook Nederland raken

Terug naar boven

4. Geen water, geen eten!

Voor landbouw is water van een bepaalde kwaliteit nodig. Naast de kwaliteit van het oppervlaktewater is ook de kwaliteit en beschikbaarheid van grondwater van belang.

Het gaat om kwantiteit én kwaliteit

Urgentie:

Er wordt een toenemend probleem verwacht als gevolg van tekorten van voldoende water van de juiste kwaliteit (dat nodig is voor de productie van consumptiegewassen). Maar de urgentie is laag doordat de verwachting is dat er op tijd wordt bijgestuurd door de sector in de vorm van transitie naar andere teelten, verplaatsing van waterintensieve teelten naar minder gevoelige gebieden, aanvoer van water van elders, investeringen in voorraad- en opslagbekkens.

NB: niet alle landbouwproductie is voor voedselproductie, landbouw wordt ook gebruikt voor sierteelten, voor het verbouwen van gewassen voor energieopwekking.

Terug naar boven

5. Rivierstand te laag voor functies

Urgentie:

  • De ervaring van de urgentie gaat als een jojo op en neer, maar het probleem zelf (lage waterstanden in de rivieren) neemt exponentieel toe
  • Wanneer wordt iets urgent voor overheden? Als het in de krantenkoppen staat, of als er werkelijk effect is op de economie?
  • Je moet onderscheid maken tussen een technisch probleem en maatschappelijke urgentie van een probleem

Pijn:

  • Het is moeilijk aan te geven welke functies het eerst in de problemen komen: een rangorde is moeilijk vast te stellen. Bij een veranderend klimaat is er een kantelmoment waarop functies of de overheid in actie gaan komen
  • Wellicht gaan de functies zich aanpassen (autonome ontwikkeling binnen een functie en een reactie op externe veranderingen). Innovaties zijn heel belangrijk voor de mate waarin de sectoren zichzelf kunnen aanpassen aan veranderende situaties
  • Het kan leiden tot totale maatschappelijke ontwrichting/burger oorlog
  • Over een langere tijdsperiode treedt gewenning op

De ervaring van de urgentie gaat als een jojo op en neer

Terug naar boven

6. Het kabinet komt er niet uit

Wat is het gevolg als het kabinet er niet uit komt?

  • Misschien gaan de regio en de sectoren het zelf doen. Laten we marktoptimistisch denken. De landbouwsector past zich aan. Op den duur worden er dan geen aardappels meer geteeld in Nederland (versnelde transitie). Misschien schakelt men over op recreatie. In 2013 stopt de landbouwsubsidie: dan gaat de sector vragen om geld om om te schakelen.
  • Drinkwater komt niet in de problemen, dus daardoor ontstaat er geen urgentie. Hooguit is er af en toe een sproeiverbod voor de tuin.
  • In het ergste geval leidt de zoetwaterschaarste tot burgerlijke ongehoorzaamheid en ontwrichten van de maatschappij.
  • De natuur komt eerder in de problemen dan de landbouw. Ook hier krijg je transitie; worden andere natuurdoelen gezocht. De industrie zal als 1e afhaken, als ze geen koelwater krijgen. Ze zullen deels naar het buitenland vertrekken, deels innoveren of omschakelen.

In het ergste geval leidt zoetwaterschaarste tot burgerlijke ongehoorzaamheid en maatschappelijke ontwrichting

Terug naar boven

7. Het IJsselmeer als enige berging

Wat is het risico van het IJsselmeer als enige berging?

  • Omdat het IJsselmeer de enige bron van zoetwater is, zou dat een risico kunnen opleveren in de publieke perceptie (bijvoorbeeld dat we gevoelig zijn voor terrorisme)
  • Er ontstaat een extra kwetsbaarheid voor verzilting.
  • Het zou ook kunnen dat de Provincie Zuid-Holland (landbouw) passief achterover hangt als het IJsselmeer wordt gekozen als waterberging. "Zij zoeken het wel uit als wij maar ons water krijgen."

 

IJsselmeer als enige berging levert terrorismerisico op

Er zitten ook technische elementen aan de IJsselmeerberging:

  • Er ontstaat een gevaar als de compartimentering er niet is.
  • Wat is het gevolg als je het water via een omweg (IJsselmeer) naar zuid-west Nederland brengt?
  • De doorbraak van de Afsluitdijk is een landbouwkundig probleem. Dit duurt ongeveer een jaar.

Terug naar boven

8. Tijdslijn voor bestuurlijke/maatschappelijke gevoeligheden in grafieken

Terug naar boven

Plenaire sessie en vraag/aanbod

Na de subgroepen over bovenregionale problemen vond een korte plenaire uitwisseling van de ervaringen plaats. Daaruit bleek veelal een grote mate van overeenstemming was tussen de groepen. Nadrukkelijk werd ingegaan op de relatie tussen water en energie en de marktwerking van electriciteitsbedrijven. Van verschillende kanten werd aangegeven dat het perspectief van de burger werd gemist.

Met burgers krijg je andere oplossingen, en bovendien geven die contacten veel energie.

Daarna werd onder leiding van Neeltje Kielen van de Waterdienst geinventariseerd wat de kennisbehoefte en –aanbod was van de deelnemers. Er zijn ruim dertig kennisvragen gesteld, zoals bijvoorbeeld: ‘Hoe wordt verzilting in het buitenland aangepakt? Ook werd 36 keer een kennisaanbod gedaan, zoals onder meer: ‘Ik heb kennis over de effecten van droogte en lage afvoer op waterkwaliteit’. Het complete overzicht wordt begin september op deze website geplaatst in de Kennisbank, zodat u op elkaar’s voorstellen kunt reageren.

Afsluitend vroeg dagvoorzitter Astrid Feiter aan Wim van Urk (DGW) naar zijn bevindingen van de dag. Daarna werd tijdens de borrel naar hartelust genetwerkt door de deelnemers.

Terug naar boven

Overzicht

Foto startdag
Ministerie van BZK

Zoetwatervoorziening